Naam: Pelvicachromis Pulcher (Kersebuikciclide)


Herkomst: Zuid Nigeria.


Uiterlijk: 10 cm lang vrouw mooie rode buik man iets minder


Voeding: de kersebuik is een alleseter.

Inrichting: de bak moet voldoende zwemruimte hebben
met schuilmogelijkheden in de vorm van bloempot omgekeerd met 1 ingang
planten laat hij met rust hij is geschikt voor gezelschaps bak


kweek: bij een geschikt koppel geen probleem
hij is een holebroeder dus in een omgekeerde bloempot (hol)
wordt dan 100 tot 200 eitjes gelegd die na enkele dagen uitkomen
in begin worden de jonge beschermd door de ouders.

Geschreven door: theo verheij

Naam: Hemichromis bimaculatus. (rode acara)

Herkomst: Noordelijk midden Afrika.

Uiterlijk: De man wordt ongeveer 15 cm en de vrouw ongeveer 10 cm lang. Zij heeft een rode buik en over het gehele lijf lichtblauwe stippen op een lichtbruine ondergrond. Hij heeft ook lichtblauwe stippen over zijn hele lijf met een donkerbruin/grijze ondergrond. De rugvin, alsmede de aarsvin, lopen spits toe en bij de vrouw zijn ze afgerond. Zij heeft een zwarte stip op beide kieuwdeksels en de man heeft aan weerszijden drie zwarte stippen, namelijk op de kieuwdeksel, midden op het lijf en op de staartwortel. Deze stippen zijn bij het mannetje alleen te zien wanneer hij zich bezighoudt met de broedzorg. Dan heeft hij dezelfde kleuren als het vrouwtje. Zo herkennen de jongen meteen hun ouders.
De jongen zijn in het begin grijs van kleur. Dan komt een zwarte streep over hun lichaam. Wanneer ze ongeveer 1 cm groot zijn, komen de zwarte stippen. Als ze ongeveer 2 cm zijn komen de blauwe stippen naar voren.

Gedrag: Hemichromis bimaculatus is geen moeilijke vis om te houden. Ze zijn alleen agressief en laten andere vissen niet gauw met rust. Deze vis moet paarsgewijs gehouden worden.

Verzorging: De vissen willen graag zuurstofrijk water. Een regelmatige waterverversing wordt op prijs gesteld.


Voeding: 
Krill, garnalen, mosselen, koolvisfilet, zwarte, witte, en rode muggenlarven, Artemia, cyclops, mysis, diepvries, en droogvoer.

Aquarium inrichting: Rotsen en hout zijn geschikt. De meeste planten zullen het niet overleven.

Voortplanting: De kweek is zeer eenvoudig. De 300 tot ongeveer 500 eieren worden op een steen (hout, etc) afgezet. Na het uitkomen worden de jongen regelmatig naar nieuwe nestkuilen verhuisd. Beide ouders verzorgen en beschermen de jongen. Ze zijn dan uitermate agressief in de broedtijd.


Naam:
 Lamprologus multifasciatus.

Herkomst:
 Deze vis komt voor in het Tanganyika meer. (Afrika)

Uiterlijk: Het is een mooi visje met sierlijke strepen op zijn lichaam. Wordt 4.5 cm groot.

Gedrag: Het is een fel en leuk visje dat prima met andere tanganyika vissen gecombineerd kan worden.

Verzorging: Deze vis is niet moeilijk te houden. Regelmatig waterverversen wordt op prijs gesteld. Temp: 24 t/m 27 C.

Voeding: Het liefste (klein) levendvoer. Droogvoer nemen ze ook aan, maar zoals ik al aan gaf is het het beste om ze levende have te voeren zoals muggenlarven, watervlooien, Artemia, cyclops enz.

Aquarium inrichting: Belangrijk is dat er een flinke laag zand op de bodem ligt, en de bodem moet bezaait zijn met slakkenhuizen. Ze bouwen rond deze slakkenhuizen een territorium op dat zeer fel verdedigd wordt. Zorg ervoor dat je meer slakkenhuizen in de bak doet dan er vissen zijn, zo kunnen de vissen kiezen. Beplanting in het aquarium is niet nodig.
Verder zijn opgestapelde stenen voor wat beschutting een must. Ze kunnen gehouden worden in een aquarium vanaf 50cm groot.

Voortplanting: De kweek is zeer simpel. De eieren worden in het slakkenhuis afgezet en uitgebroed. Er wordt met korte tussenpozen afgezet. De ouders zullen hun kroost fel beschermen.

Algemeen: Een van de simpelste tanganyika cichliden, maar toch nog wel de populairste. Deze vis vormt kolonies in je aquarium.

Naam: Lamprologus similis

Herkomst: Afrika (Tanganyikameer)

Uiterlijk: “Lamprologus” similis is een zeer kleine cichlide, ze worden 4-5 cm. groot. De mannetjes worden iets groter dan de vrouwtjes. Ze leven in en rond slakkenkerkhoven, alwaar elke vis een “eigen” slakkenhuis betrekt dat voorheen aan een Neothauma-slak behoorde. De slakkenkerkhoven ontstaan doordat de hardheid van het water belet dat de uit kalk opgebouwde slakkenhuizen oplossen. De vis is getooid met 16 tot 24l donkerbruine dwarsstrepen, naar boven en naar achteren doorlopend op de vinnen. De voorste streep bevindt zich op de kop, net achter het oog. De rugvin heeft een donkere rand met daarbinnen een contrasterende witte streep. De aarsvin heeft een gele zoom. De ogen zijn meestal lichtblauw van kleur.

Gedrag: Vrij kalme soort, blijft meestal in de buurt van het slakkenhuis dat hij/zij bewoont. Binnen de groep kunnen enige schermutselingen voorkomen. Naar andere vissen kan de soort agressie vertonen wanneer er eitjes of jongen in het slakkenhuis aanwezig zijn. Het zijn driftige gravers, de aangeboden slakkenhuizen zullen al snel voor meer dan de helft ingegraven zijn.


Voeding: Het zijn alleseters met een voorkeur voor levend voer.

Aquarium inrichting: Voor deze bewoner van slakkenhuizen uit het Tanganyikameer moet het aquarium minimaal 60cm zijn en ingericht worden met een zandige bodem. Op deze bodem moeten slakkenhuizen worden gelegd die als schuilplaats voor deze vissen kunnen dienen. Rondom zo’n slakkenhuis wordt een territorium ingericht dat fel wordt verdedigd. Het beste komen ze tot hun recht in gezelschap van andere cichliden uit het Tanganyikameer..

Voortplanting: De kweek is redelijk eenvoudig. Tot 30 eieren worden in de slakkenhuizen afgezet en bevrucht. Ze kunnen worden grootgebracht met fijngewreven droogvoer en Artemia-naupliën. De jongen worden nog geruime tijd in de buurt van het nest geduld.

Naam: Pseudotropheus acei.

Herkomst: Malawi meer.

Uiterlijk: Sierlijke malawi cichlide. Ze worden zo’n 13 cm groot. Mannetjes worden iets groter.

Gedrag: De mannetjes nemen een territorium in. Alleen als er eitjes afgezet gaan worden zijn de mannetjes agressief. Normaal valt dat reuze mee. Het beste is om 1 mannetje samen bij meerdere wijfjes te houden.

Verzorging: Helder en hard water. Gelukkig is het water uit de nederlandse kranen vrij hard. Dat is dus gemakkelijk bij het verversen. Een regematige waterververing wordt op prijs gesteld.

Voeding: Algen die van de rotsen worden geschraapt zijn het hoofdvoer. Afwisselende voeding is van belang. (levendvoer, droogvoer)

Aquariuminrichting:
 Voornamelijk stenen. Hier en daar een sterke plant. (anubia, vallisneria)

Voortplanting: De voortplanting is vrij gemakkelijk. Wijfjes broeden de eitjes in de bek uit. De wijfjes nemen ook alle broedzorg op zich.

Naam: metriaclima estherae (red zebra)

Herkomst: malawimeer, wordt aangetroffen bij chilucha reef gelegen bij metangula

Uiterlijk: de man heeft een zalmrode bovenkleur met op de vinnen een lichtblauwe gloed en één of meerdere eivlekken op de aarsvin, de vrouw is makkelijk te herkennen aan haar diep oranje kleur en ontbreken van eivlekken.

Gedrag: de red zebra is zeer onverdraagzaam tegenover soortgenoten, maar is goed samen te houden met andere weerbare malawicichliden. hij vormt een territorium die tegen andere vissen (met name soortgenoten) verdedigt wordt, en gebruikt wordt om het vrouwtje te paaien.

Verzorging: ivm met het toch wel agressieve karakter van de man nooit meer dan één man op 2a3 vrouwen houden.

voedingde red zebra is een alleseter, maar voed zich vooral met de aufwuchs die op de rotsen groeit, wees dus spaarzaam met voeren van dierlijke voeding, dit zou problemen met de darmwerking kunnen geven.

Aquariuminrichting: bak inrichten met stenen en voldoende schuilmogelijkheden. de bodembedekking met zand of afgerond fijn grind ivm het graven en de daar op volgende evt. verwondingen.

Kweek: niet al te moeilijk. als er zich een koppel vormt en er is rust in de bak komt het meestal wel tot nakomelingen, bevruchting van de eitjes vindt plaats dmv de eivlekmethode, de vrouw muilbroed de eitjes/jongen tussen de 20 en 28 dagen, nadat zij deze uitspuugt is het ieder voor zich.

Waterwaarde: pH 7.0/8.5
:temp 23/28 graden
:wekelijks 30 tot 50% waterverversing

Naam: Labidochromis caeruleus.

Herkomst: Malawi meer.

Uiterlijk: Deze vis kan ongeveer 12 cm groot worden. De Labidochromis is er in meerdere kleur variaties.

Gedrag: Zeer rustige vis. Ze kunnen vrijwel met elke malawi cichlide gecombieerd worden.

Verzorging: Wat het houden en verzorgen van Labidochromis caeruleus betreft, zullen er weinig problemen komen. Ze zijn gesteld op hard water. Gelukkig komt uit de meeste kranen in nederland hard water. Goed waterversen, helder water. Kienhout bij deze vis is niet verstandig aangezien dat de hardheid doet dalen.

Voeding: Deze vis is een alleseter, dus kan er voldoende gevarieerd worden.

Aquariuminrichting: Een rotsen aquarium is van belang. Verder een aantal sterke planten zoals anubia, vallisneria.

Voortplanting: De kweek is zeer gemakkelijk en speelt zich af tussen de stenen. Na het afzetten van de eieren worden ze in de bek genomen en bevrucht met de eivlekmethode. Na 3-4 weken komen de jongen voor het eerst uit de bek. De jongen worden door de moeder verzorgt.

Algemeen: Bijna iedere malawi houder heeft deze vis wel in zijn aquarium.

Naam: Labidochromis sp. “perlmutt”

Herkomst: Deze vis komt voor in het Malawi meer. (Afrika)

Uiterlijk: Een vis met mooi afgeronde vinnen. De vis is tamelijk wit, en heeft verder blauwe flanken over zijn lichaam.

Gedrag: Het mannetje verdedigd zijn territorium heftig tegenover zijn soortgenoten. De wijfjes zijn minder agressief.

Verzorging: Deze vis heeft behoefte aan een aquarium van minstens 150 liter. Een wekelijkse waterverversing wordt op prijs gesteld.

Voeding: Insectlarven/algen die weggepikt worden van de rotsen.

Aquarium inrichting: Zorg voor voldoende rotsen en hier en daar wat planten. Vallisneria, anubia, hoornblad kunnen gebruikt worden in het malawi aquarium.

Voortplanting: De voortplanting is redelijk eenvoudig. Na het afzetten van de eieren worden ze in de bek genomen door het wijfje, en bevrucht met de eivlekmethode door de man. Na 3 tot ongeveer 4 weken komen de jongen voor het eerst uit de bek. Ze worden dan nog een week door de moeder verzorgt. Daarna kunt u de jongen apart opfokken. Zorg bij de opfok voor voldoende stroming in het water.

naam:  Anomalochromis  thomasi.

Herkomst:  Liberia, Sierra leone.

Uiterlijk:  Veelkleurig lengte 5cm.

Gedrag:  Verlangen een groot aquarium.   Geen graver.

Verzorging:  Temperatuur water 23-27 graden ze verlangen zacht water.

Aquarium inrichting:  Het is geen graver dus m.i. algemeen.

Voortplanting:  Alleen in zacht water. Legsel 250 tot 350 eieren per legsel.
Bij de eerste keer kan het afzetten wel 2 a 3 uur duren. Voldende legsels gaat sneller
ca 45 minuten. Beide ouders bedrijven broedzorg en wisselen elkaar af. De eieren worden
bewaaierd tevens worden ze schoongehoude met de bek. Eventuele beschimmelde eieren worden onmiddellijk door het ouderpaar verwijderd. In de bodem wordt een kuiltje gemaakt waarin de uitgekomen jongen worden ondergebracht.
Als u een kweekje krijgt is het belangrijk dat het water in het aquarium helder en zuurstof rijk is.

Naam: Crenicara filamentosa. Schaakbord cichlide.  (baarsachtigen).

Herkomst:  Amazone, Rio Negro, Orinoco river.

Uiterlijk:  De vis heeft een opvallende lichaamstekening. Vierkante blokken donker en licht afwisselend over het hele lijf, van de neus tot de staart. Vandaar dan ook de toepasselijke naam Schaakbord cichlide. Opvallend zijn ook de rug- en aarsvin alsook de staart.Veel kleurig een mengeling van kleuren in een stak lijnen patroon. (Fiolet rood en bruin.)
Bovenstaande heeft betrekking op het mannetje. Het vrouwtje heeft een heel mooi kenmerk. Zolang het vrouwtje nog geen eieren afgezet heeft zijn haar buikvinnen transparant. Heeft zij echter 1x afgezet dan worden de buikvinnen rood en als beloning blijven ze rood.

Gedrag: Rustige vissen die je met 1 vrouw en 1 man in het aquarium moet houden.

Verzorging:  pH 5.0tot7.0   dH 7tot8 watertemperatuur 23 tot 25 graden.
minimale grote van het aquarium 80 cm.

Voeding:  Alle soorten levend voer. Geen liefhebbers van droogvoer.

Aquarium inrichting: Plantenbak.

Voortplanting:  Een paar dagen na de paring (de wittebroods dagen) is er eiafzet op een schoongemaakt blad. De eiafzetting is smorgens in de vroegte. Het mannetje bevrucht de eieren direct. De eitjes worden met tussenposen afgezet. De ouders lossen elkaar af bij de verzorging van de eieren  en de jongen.

Algemeen:  Mooie vreedzame vissen. Lengte van de vissen 8-9 cm.

Geschreven door: nuijten

Naam: Apistogramma Cacatuoides / Gekuifde Dwergcichlide

Herkomst: Zuid-Amerika (Peru, Brazilie)

Uiterlijk: De Apistogramma Cacatuoides word ongeveer 9 cm.
De mannetje zijn over het algemeen iets groter dan de vrouwtjes en hebben diverse kleuren, bijvoorbeeld: rood en geel. Ook zijn bij de mannetjes de voorste 3 vinstralen sterk verlengt, vandaar de naam “Gekuifde Dwergcichlide”. Het vrouwtje is vaak grijs-geel en heeft een dwarsstreep op haar lichaam die van kop tot staart doorloopt. Als ze in de paartijd is wordt ze echt knalgeel.


Gedrag: Het is een zeer vredige dwergcichlide die het vrouwtje nog wel eens wil opjagen. Daarom is het verstandig om 3 tot 5 vrouwtjes bij 1 mannetje te zetten. Alle andere vissen laat hij met rust, zelfs andere dwergcichliden.(niet altijd, dat ligt aan de dominantie van het mannetje.)
Als je een goed harmoniserend koppel hebt, dan kan je ze ook in een koppel houden. Zelf heb ik een goed koppel en dat gaat prima.

Voeding: De apistogramma cacatuoides accepteerd droogvoer, maar het is beter om hem levendvoer te geven. Het liefste heeft hij Daphnia en Cyclops, maar muggenlarven zal ook niet kunnen weerstaan.

Aquarium inrichting: Hij moet minimaal in een aquarium van 80cm lang, liefst 1 meter. De temperatuur moet ongeveer 25°C zijn en een PH van +/- 6,5 tot 7 is gewenst. Het aquarium kan het beste aan de achterkant en aan de zijkanten goed beplant zijn. Ook moeten er veel schuilplaatsen zijn in de vorm van een omgekeerde bloempot, een kokosnoot of rotsen. Deze vis is namelijk een holen broeder.

Voortplanting: Redelijk eenvoudig. Het mannetje kan er meerdere nesten op na houden. Zoals gezegd wordt het vrouwtje geel van kleur tijdens het broedseizoen. Het vrouwtje legt de eieren in een hol in haar territorium. Zij verzorgt ook de eitjes. Als de jongen geboren zijn, houdt zij ze onder haar hoede. Je zult merken dat ze de groep angstvallig bij elkaar houdt, vijanden (andere vissen) worden op agressieve wijze weggejaagd. De jongen kun je voeren met cyclops. Wil je serieus gaan kweken, dan is het aan te raden om een kweekstel over te brengen naar een kweekbak, en het mannetje nadat de eieren zijn uitgekomen te verwijderen. Om de kweek te bevorderen kun je de temperatuur iets opschroeven naar ongeveer 28°C.

Naam: Heros Appendiculatus.

Herkomst: Deze vis is afkomstig uit het Amazone gebied. Hij wordt veelal gevangen in Letitia dat ligt in Colombia. Er zijn nog vele verschillende varianten maar de basis is vrijwel het zelfde.

Uiterlijk: Dis vis is voor een cichlide tamelijk hoog en kan wel tot 30cm uitgroeien. Soms spreekt men over de schijf van deze vissen (net als bij Discusvissen of Roggen). Daarnaast vertoont deze vis in de meest goede omstandigheden schitterende kleuren.

Gedrag: Meeste cichliden soorten zijn redelijk agressief. Deze vis echter zelden, alleen tijdens het paarseizoen of voor het afbakenen van het territorium kan deze vis wat agressief uit de hoek komen.

Verzorging: Deze vis heeft wegens zijn omvang een tamelijk groot aquarium nodig van minimaal 350liter voor één school van 5 volwassen vissen. Daarnaast is de vis niet kieskeurig en kan met allerlei voer gevoerd worden. Een goede filtrage is echter wel van belang.

Voeding: Hier kan heel erg veel mee gevarieerd worden. De vissen eten van vlokken tot levende regenwormen. Als men met een nieuw soort voedsel wilt starten moet de vis daar wel vaak aan wennen en zal hij de eerte keer het voer vaak links laten liggen.

Aquarium inrichting: Het aquarium kan het beste ”Amazone” ingericht worden. Dat betekend: veel hout, stenen en grote zwaardplanten. Ook mag niet vergeten worden dat er veel open zwemruimte gereserveerd word voor deze toch best grote vissen.

Voortplanting: Als er in het aquarium zich een paartje gevormd heeft zal het vanaf dan zeer snel gaan. Net als bij veel andere vissen trillen de vissen om aan elkaar aan te geven dat ze er klaar voor zijn. Daarna vind de afzetting plaats waarna de eitjes bevrucht worden door het mannetje. Na enkele dagen zullen de eitjes uitkomen en vrij gaan zwemmen (afhangkelijk van de tempratuur). Zowel het mannetje als het vrouwtje zorgen voor de jongbroed.

Naam: Archocentrus octofasciatus. (Jack Dempsey)

Herkomst: Midden Amerika, Zuid Mexico.

Uiterlijk: Deze vis wordt 20 cm.

Gedrag:
 Een onverdraagzame en bijterige vis, die een territorium opbouwt. Zijn bijnaam is Jack Dempsey. (een voormalig bokskampioen) Het is een echte graver en eet planten maar al te graag.

Verzorging: 
Een aquarium van minstens 2 meter is nodig voor deze vis. Regelmatig waterverversen wordt op prijs gesteld.

Voeding: Krachtig levendvoer. Ook moet er regelmatig met groen voer gevoederd worden.

Aquarium inrichting: Holen met stenen en hout. Een zandbodem is aan te raden.

Voortplanting: De voortplanting is erg gemakkelijk. Een steen wordt zorgvuldig schoon gepoetst, en er worden 500 tot 800 gelegt. Na het uitkomen worden de jongen in nestkuilen ondergebracht en door beide ouders intensief bewaakt en verzorgd. Zodra ze vrij zwemmen kunnen de jongen worden gevoerd met Artemia-naupliën en fijngewreven droogvoer. Als de jongen ongeveer 2 cm groot zijn kunnen de ze apart opgefokt worden.

Naam: Vieja Hartwegi

Herkomst: Midden-Amerika, De Río Grande de Chiapa, een van de bronrivieren van de machtige Río Grijalva.

Uiterlijk: Hartwegi is doorgaans slanker gebouwd, de licht onderstandige bek en het melaninepatroon dat de beide flanken siert. Dit patroon bestaat, afhankelijk van de gemoedstoestand van de vis, uit één enkele zwarte vlek of uit een stel onregelmatig gevormde verticale banden. Deze worden slechts zelden doorkruist door een horizontale streep. Typisch voor deze soort zijn ook de twee, van oog tot oog lopende, zwarte strepen op het voorhoofd en de zwarte, halfronde band op het achterste gedeelte van de beide kieuwdeksels. Doorgaans groeien mannelijke exemplaren uit tot rond de 25cm,vrouwelijke exemplaren blijven doorgaans een 5 tal cm kleiner.

Gedrag: Wat de Agressie betreft is hij ingedeeld in de groep van de pittigere Vieja soorten.
Tijdens de broedzorg veranderen beide seksen geheel van kleur. De dieren laten dan een donkere buikpartij zien en verticale banden die tot halverwege de rug reiken, terwijl ook de lippen donker worden. De dwarsbanden op het voorhoofd worden veel prominenter en het lichaam neemt een crèmeachtige tot witte kleur aan, terwijl een groot aantal, op het achterste deel van de rug gelegen, schubben een gouden glans vertoont.

Verzorging: Richt de bak in als een rivierbedding , met kiezels, zand grinden diverse rolkeien van verschillend formaat.
Gebruik ook een paar mooie stukken wortelhout met fraaie dunne vertakkingen.
Maak ook een aantal schuilgelegenheden voor onderdanige exemplaren, op deze manier kunnen ze zich terugtrekken voor de doorgaans dominante mannelijke exemplaren.
De watertemperatuur is het beste op 30 graden te houden, op deze manier groeien ze een stuk vlugger uit tot grote exemplaren.

Voeding: Deze soort kan het beste met ballastrijk voedsel gevoerd worden, zoals bijv. mysis, krill, garnalen en mosselen, uiteraard mag groenvoer in de vorm van Spirulina-pellets of vlokken niet ontbreken.
Aquarium inrichting:

Voortplanting: Bij 15 cm lengte kunnen ze al beginnen met paarvorming.
Doorgaans zoeken een dominante man en vrouw elkaar op en beginnen een territorium te verdedigen tegen andere vissen.
De normale kleuren trekken helemaal weg en maken plaats voor de broedkleur, zie foto.
In dit territorium wordt meestal een steen of een stuk achterwand schoongepoetst.
Als de afzet plaats goed is gekeurd door de vrouw dan volgt meestal binnen een paar dagen de afzetting.
Bevruchte legsels komen uit bij een watertemperatuur van ongeveer 28 graden na drie dagen uit en na nogmaals drie dagen kan je al waarnemen dat de larfjes hun eerste zwempogingen maken.
De jonge Hartwegi zijn vrij makkelijk groot te brengen met microvoer en artemia-nauplieen.

Algemeen: Geeft men hem de ruimte (zeker 200x60x60) dan merk je dat de agressie beperkt blijft tot enkele jaagpartijen.
foto van mijn eigen Vieja Hartwegi

Naam: Herotilapia Multispinosa

Herkomst: Midden Amerika Zijn herkomst ligt in Honduras ,Costa-Rica en Nicaragua een aantal rivieren waar hij in voorkomt zijn de Rio Patuca, Rio Matina en de Rio Guasaule.

Uiterlijk: geel oranje met een aantal zwarte vlekken.

Gedrag: We hebben hier te maken met een zeer verdraagzame soort, in de paartijd kunnen ze wel goed van zich afbijten maar dat is ze niet kwalijk te nemen.

Verzorging: De temperatuur waar men ze het beste op kan houden ligt tussen de 28 en 30 graden en de PH rond de 7 a 8.

Voeding: Het hoofdvoedsel bestaat uit plantaardig voer, bijvoorbeeld spirulinavlokken.Runderhard, rode muggenlarven en tubifex zijn dodelijk voor deze soort.

Aquarium inrichting: We kunnen de bak inrichten met zand, kiezels, afgeronde stenen en wortelhout.
Zorg wel voor een aantal schaduwrijke plaatsen in het aquarium, bijvoorbeeld door het gebruik van gedimd licht (grolux).

Voortplanting: Als er eenmaal een koppel is gevormd dan laat de kweek niet lang op zich wachten.
Het bijzondere van deze soort is dat ze de pas uit gekomen jongen ophangen aan de aanwezige plantenbladeren, bij afwezigheid van de planten willen ze de larven ook wel eens ophangen aan bijvoorbeeld de voor of zijwanden van het aquarium.
Andere soorten die een vergelijkbaar gedrag hebben zijn Archocentrus Spinossimus en Archocentrus Centrarchus.
De jonge Multispinosa zijn vrij makkelijk op te kweken met microvoer of fijn gemaakte spirulinavlokken, ook met artemianauplien.

Algemeen: De Multispinosa is een klein blijvende rustige soort, zijn maximale lengte ligt rond de 15 cm, de vrouwtjes blijven wat kleiner.die zeer geschikt is voor mensen die beginnen met het houden van Midden-Amerikaanse cichliden.
Houdt deze rustige vis niet samen met agressieve soorten.
Afbeelding: eigen foto van het koppel


Naam:
 Vuurkeelcichlide/Thorichthys meeki.

Herkomst: Noord- en Midden-Amerika (Mexico, Guatemala en Belize)

Uiterlijk:
 Deze vis wordt 15 cm groot. De Vuurkeelcichlide is blauw/paarachtig gekleurd, en hij heeft een zwarte vlek in het midden van het lichaam. De vuurrode keel is erg opvallend, verder zijn de schubben ook rood gekleurd.

Gedrag: Tegen over kleinere soortgenoten zijn ze agressief.

Verzorging: Deze vis moet gehouden worden in een koppel. Een regelmatige waterverversing wordt op prijs gesteld.

Voeding: Deze vis eet alles wat in zijn bek past. Voldoende afwisseling zorgt er voor dat de vissen in goede conditie blijven.

Aquarium inrichting: Stenen en een aantal stevige planten.

Voortplanting: De kweek van de Vuurkeelcichlide is vrij gemakkelijk. De eieren (100-500) worden afgezet op bijvoorbeeld stenen, hout, in een buis, enz. Als de jongen uitgekomen zijn worden ze ondergebracht in van te voren gegraven kuilen. Tijdens de paartijd wordt de bodem ook flink omgewoeld en worden planten niet met rust gelaten.

Algemeen: Minimale lengte aquarium: 1.20 meter. Een aanwinst voor een cichliden aquarium. Wil je deze vissen combineren met andere cichliden dan moet het aquarium ruim genoeg zijn.

Naam: Pterophyllum Altum (Hoge Maanvis)

Herkomst: Z-Amerika, orinoco.

Uiterlijk: vrij gelijk aan de Scalaar(maanvis) alleen kunnen deze dieren groter en vooral hoger worden en zit er een “knak”in de snuit.

Gedrag: Ze zijn wat schuwer als de Scalaar, maar ook rustiger, de rest is vrijwel gelijk aan de Scalaar.

Verzorging: De Altum is veel teerder als de Scalaar en heeft veel rust nodig, een Discusaquarium is een goed tehuis, mits de discus niet aggressief gedrag vertoont naar de dieren toe, huisvesting qua planten en dergelijke verlangen ze Amazone-zwaardplanten en lintvormige planten.

Voeding: Levendvoer, diepvriesvoer. afwisseling is heel belangrijk, droogvoer word door kweek nog wel genomen, wildvang neemt het met heeeel veel tegenzin, dus niet aan te raden.

Aquarium inrichting: een oeverbiotoop met veel lintvormige planten en hier en daar een enkele grote amazone zwaardplant. kienhout of wortelhout kan worden gebruikt om schuilplaatsen te vormen voor de dieren.

Voortplanting: hetzelfde als de Scalaar, alleen veel moeilijker.

Algemeen: De Altum is een zeer mooi dier dat, indien goed verzorgd, echt een gracieus voorkomen is. echter is deze soort heel teer en niet geschikt voor elke liefhebber. daarom word deze soort niet zo veel gehouden als de populaire Scalaar.

Naam: Symphysodon discus – Discusvis

Herkomst: Z-Amerika, met name in het amazonegebied.

Uiterlijk: Er zijn zeer veel kleurvariateiten bij de Discus. enkele voorbeelden zijn de marlboro red, de red turkoois, royal blue en de checkerboard pigeon. van oorsprong komen er vier stamvormen voor: de bruine discus (S. aequifasciatus axelrodi), de blauwe discus(S. aequifasciatus aequifasciatus) en de groene discus( S. aequifasciatus haraldi) en de heckel discus (S. discus)

Gedrag: Het is een echte scholenvis die in de natuur met 50 tot 500 dieren in een school voorkomt. het is ook een duidelijke ciclide dat paren vormt en zeer territoriaal kan zijn.

Verzorging: Een moeilijke vis om te houden. zijn zeer gevoelig voor veranderingen in de watersamenstelling en zijn niet geschikt voor beginners. een groot aquarium is een must vanwege het feit dat het een scholendier is, schaf er dan ook minimaal 8 aan.
filteren over turf is een aanrader evenals een wekelijkse waterverversing.

Voeding: Levendvoer, diepvriesvoer en af en toe wat runderhart met gekookte spinazie. afwisseling is heel belangrijk en ze moeten vooral veel eten.

Aquarium inrichting: een oeverbiotoop met veel open ruimte en hier en daar een enkele amazone zwaardplant of een javavaren, hoog wortelhout
word op prijs gesteld.

Voortplanting: lijkt wel op de voortplanting van maanvissen. eieren worden afgezet op hoge plaatsen. beide ouderdieren verzorgen de eireren en jongen. nadat de jongen de dooierzak hebben opgeteerd hechten ze zich vast aan de ouderdieren, die een speciale verdikte laag op hun zijflanken aanmaken waar de jongen van eten.

Algemeen: geschikt voor grote aquaria die speciaal aan hun behoeften voldoen. indien goed verzorgd een lust voor het oog en een zeer interessante soort.

Naam: Geophagus surinamensis – surinaamse parelmoer baars

Herkomst: Z-Amerika, Guyana en Suriname

Uiterlijk: maximum maat:25-30 cm,olijfgroen blauw-rood fluoriscered lijf met rode staart en dorsaalvinnen. een lange snuit en ogen hoog . bij vrouwtjes ontstaan er lange uitgroeingen aan de staart- en achterste vinnen en de dorsaalvinnen zijn langer. ook hebben ze op beide zijflanken een zwarte vlek zitten waaraan je zijn stemming kan bepalen.

Gedrag: De geophagus-familie staan ook wel bekend als aardvreters, omdat ze continu happen zand nemen om voedsel eruit te halen, voor de rest zijn het asociale cicliden die kleine visjes aardig het leven zuur kunnen maken, en een rijkelijk beplant aquarium is met deze dieren onmogelijk.

Verzorging: Een makkelijke vis om te houden. kunnen in een groepje van 5 of 4 dieren gehouden worden. een must is echter wel een fijne zandbodem, eventueel vermengd met fijn grind en veel open ruimte

Voeding: Levendvoer, diepvriesvoer, droogvoer: ze eten alles wat ze tegenkomen.

Aquarium inrichting: een matig beplant aquarium met veel open ruimte en een fijne bodem met een minimum inoud van 300 liter

Voortplanting: niet zo lastig,leggen op gladde oppervlakken en nemen de eieren dan in hun mond: het zijn muilbroeders die hun kroost in de mond nemen wanneer er gevaar dreigt, beide ouders verzorgen de jongen keurig.

Algemeen: geschikt voor grote aquaria die het liefst aan hun behoeften voldoen. zijn echte leuke vissen; echter ongeschikt voor plantenliefhebbers en voor aquaria met rustbehoevende dieren, daar deze dieren zeeeer druk kunnen zijn.


Naam:
 Cleithracara maroni / Sleutelgatcichlide.

Herkomst: Zuid Amerika ( Guyana )

Uiterlijk: Deze vis kan wel 15 cm groot worden en kan al gehouden worden in een bak van 1 meter. De wijfjes blijven iets kleiner dan de mannetjes. Mannetjes hebben een spitsige rugvin, bij de wijfjes loopt deze vin wat ronder af. Op jonge leeftijd is niet goed vast te stellen of deze vis een wijfje of een mannetje is aangezien ze nog in de groei zijn. Alles moet zich nog goed ontwikkelen. Deze vis wordt nog maar zelden in aquaria gehouden. Omdat er in de loop van de tijd nieuwe soorten zijn ontdekt, die veel geliefder zijn in de liefhebberij. De basiskleur van deze vis is bruin en gelig, met een zwarte streep op die over de kop loopt door beide ogen.

Gedrag: In boeken en op internet is te vinden dat sommige mensen deze vis als koppel houden. En de ander raad mensen aan om ze in een groep van minimaal 5 stuks te houden. Ze worden dus op verschillende wijzen gehouden in aquaria. Het is een rustige vis die gemakkelijk met niet al te kleine gezelschapsvissen gecombineerd kan worden. Deze vis zal niet snel planten ontwortelen, of in de bodem woelen.

Verzorging: Ze stellen niet erg grote eisen aan de watersamenstelling. Ze kweken alleen wat gemakkelijker in zuurder water.

Voeding: Levend voer zoals muggenlarven, watervlooien, artemia. Verder zullen deze vissen kleine visjes zoals gupjes ook als voer aan zien. ( als de Maroni’s op aardige grootte zijn ) Verder eten ze diepvries en droog voer.

Aquarium inrichting: Deze vis houd van schuilplekjes, en dichte beplanting. Zonder voldoende schuilmogelijkheden komen ze niet tot hun recht. Elke Sleutelgatcichlide moet een plekje hebben om zich terug te kunnen trekken.

Voortplanting: De kweek van deze vis is vrij gemakkelijk in wat zuurder / zacht water. Man en wijfje poetsen de plek waar het kuit geschoten gaat worden zorgvuldig schoon. ( met hun bekje ) Meestal doen ze dit op beschutte plekjes. Zoals op het hout, op een steen, of op de achterwand. Tot 500 eieren kunnen er afgezet worden. Beide ouders bewaken en verzorgen het broedsel zorgvuldig. De jongen worden wel tot zes maanden door de ouders verzorgd en bewaakt. Het is dus echt een vis die aan een lange broedzorg doet.